Kweken van Goulds: Enkele tips voor liefhebber en beginneling. Het natuurlijke habitat van de Gould bevindt zich hoofdzakelijk in Noord-Australië. In deze gebieden is drinkwater heel voornaam en op deze plaatsen ziet men dan grote zwermen verschijnen om hun dorst te lessen. De Gould is vanwege zijn kleurrijk voorkomen goed van de andere soorten te onderscheiden. Ook op onze tentoonstelling is hij een imposante verschijning en vele liefhebbers zijn vol bewondering voor zijn uitzonderlijke kleurenpracht. Het meest opvallend is de perfecte aflijning van de verschillende en sterk contrasterende kleuren en vanwege de vele mutaties is hij een ware streling voor het oog. Ook al doet deze exotensoort ons hartje sneller slaan, toch is het beter om geen onbezonnen beslissingen te nemen. Goulds kweken vraagt heel wat toewijding, een goede verzorging en ook een bepaalde kennis. Daarom is het verstandig om even na te denken en een antwoord te zoeken op de volgende vragen. Als leidraad kunnen we de beginnende liefhebber volgende richtlijnen meegeven! 1. Welke type vogels wil je kweken en aan welke normen moeten ze beantwoorden? Bezint eer u begint. Koop dus geen vogels vooraleer u u afgevraagd hebt hoe goede vogels er moeten uitzien en aan welke eisen ze moeten voldoen. Volg de richtlijnen die de standaard voorschrijft. Kijk en vergelijk en koopt dus niet te impulsief. Vraag eerst raad aan ervaren liefhebbers die u willen helpen en gelooft niet altijd wat de eerste de beste u wilt wijs maken. 2. Wanneer wil je starten met de kweek? Bij de Gouldkweek vraagt u u in de eerste plaats af wanneer u wilt starten. Heb je de mogelijkheid om in de winterperiode te kweken, want dan start je wel al rond 1 oktober. Of begin je pas te kweken vanaf begin april? Waarom moet u U bij de aankoop deze vraag al stellen? Vogels om mee te kweken moeten minstens 10 à 12 maanden oud zijn. De mannen zijn iets vroeger in conditie dan de poppen. Hou er dus rekening mee bij de aankoop van uw vogels. Wanneer u in oktober wilt beginnen, dan moet u beschikken over een kweekkamer met verwarming, een goede verlichting met tijdschakelaar en een goede verluchting. Deze twee laatste elementen zijn zeker niet te verwaarlozen. U moet beschikken over kweekkooien van tenminste 80cm lengte, 40cm hoogte en 30cm diepte. Goulds kunt u best ruim genoeg huisvesten of gebruik maken van een volière. 3. Hoe kan of wil je ze kweken? Gaat u natuurbroed kweken of kweekt u met pleegouders? Wanneer u met pleegouders wilt kweken dan hebt ge minstens 3 koppels pleegouders nodig voor 1 koppel Goulds. Met Japanse meeuwen kweekt u best met twee mannen en zeker niet met twee poppen. Koop jonge, bonte Japanse meeuwen, zeker geen oudere en u moet regelmatig de nagels knippen want bij de meeuwen groeien deze vlug. Laat uw pleegouders best maar twee ronden jongen groot brengen want dit vereist veel energie. Wanneer een pleegkoppel twee nesten jongen na elkaar groot brengt, dan moet u u eens afvragen hoeveel maal per dag deze vogeltjes heen en weer vliegen van de eetbak naar het nest. Wanneer deze vogels niet goed in conditie zijn, dan kunnen zij het niet. Om deze reden zijn twee nesten voldoende. Je doet er goed aan om regelmatig eigen Japanse meeuwen te kweken uit een selectie van de beste pleegouders. Denk niet te vlug dat alle meeuwen zomaar een nest Goulds willen voederen. Sommige liefhebbers gebruiken dan liefst te kleine, maar goed voederende Goulds om deze taak op zich te nemen. Maar ondertussen zijn de meeste liefhebbers al goed vertrouwd met de natuurbroed bij onze Goulds. Dit verdient uiteraard onze voorkeur en men hoeft er ook geen massa pleegouders op na te houden. 4. Welke kleuren wil je kweken? Bij Goulds is er keuze te over! Bij de wildvorm zijn er al 3 kopkleuren: rood, oranje en zwart. Dan zijn er nog de mutaties witborst, pastel, blauw, enz. Spring niet te ver en begin best met maar één kleurslag. De eerste jaren zijn meestal leerjaren. Wanneer u antwoord hebt gevonden op deze vele vragen dan pas kunt u uitkijken naar betere kweekkoppels. U raadpleegt best de standaard zodat u geen kat in een zak koopt. U moet immers weten aan welke voorwaarden de TT-exemplaren moeten voldoen: zoals de kleur, aflijning, vorm en formaat. Let ook op de bevedering en de conditie. We weten ook dat geen enkele liefhebber zijn beste vogels verkoopt, maar zijn slechtste moet u ook niet kopen. Houd voet bij stuk om enkel kwalitatief goede vogels te bekomen. Besef dat vogels kweken een arbeidsintensieve bezigheid is. Hoe meer u met uw vogels zult bezig zijn, hoe beter de resultaten zullen worden en hoe groter de voldoening zal zijn voor de mooie vogels die u zelf gekweekt hebt. Voorbereiding van de kweek: De voorbereiding van de kweek loopt over een periode van minstens 40 dagen. Dus op deze 40 dagen moet uw licht van 9 uur per dag worden opgedreven naar 15 uur per dag. U doet dat in verschillende stappen, elke week wat meer. Veertig dagen is ongeveer 6 weken, dus per week min één uur verlengen. Hetzelfde met de temperatuur. Geleidelijk aan verhogen tot ongeveer 18 à 20°C. De luchtvochtigheid moet zeker 65% bedragen om de jongen in het ei gemakkelijker te laten kippen. De kweekkooien voorziet u van twee zitstokken. Plaats deze zover mogelijk uit elkaar om de vogels te verplichten voldoende ver te vliegen. Nestkastjes kan men best buiten de kooi hangen. De grootte van het nestkastje is ± 15cm in het vierkant en 20cm hoog. Halfopen vooraan of een klapdeksel bovenaan om een goede nestcontrole toe te laten. Wanneer de voorbereidingsperiode aanvangt, plaatst dan de geselecteerde koppels in de kweekkooien. Het is immers belangrijk om de vogels op gepaste wijze te kuren. In onze voorgaande editie van februari kan je best de voordracht van veearts Demeester nog eens nalezen. Vooral bacteriële besmettingen zijn soms moeilijker op te merken. Jaren geleden werd het volgende schema toegepast: 5 dagen kuren met Lori-S, daarna 2 dagen vitamine A, daarna 3 dagen Lori-S en daarna terug 2 dagen vitaminen. Dan laat u de vogels een week rusten. Na deze week geeft u 2 dagen één druppel “Energol” in het gootje van de fontein. Dat is een olie die de eileiders bij de poppen vetter maakt om het leggen te vergemakkelijken. Dit laatste mag je vb. iedere week op maandag doen en op vrijdag verschaf je dan 1 druppel AD3E op de zelfde wijze tot aan de leg van het eerste ei. Ondertussen is deze medicatie al een beetje achterhaald. Houd er ook rekening mee dat de pleegouders eveneens moeten gekuurd worden. Vooral de meeuwen geven gemakkelijk een soort kropziekte door aan de jonge Goulds. Deze besmetting is eigenlijk een soort micro-organisme dat behoort tot de flaggelaten en de naam Cochlosoma spp draagt. De jongen krijgen een gezwollen krop alsof de zaden aan het gisten zijn en sterven dan uiteindelijk. In de editie van aug 2019 verscheen hierover ook een uitgebreid artikel. Wanneer u ziet dat beide kweekvogels goed in conditie zitten en de man zingt goed, dan zal je merken dat hij ook achter de pop begint te jagen. De tijd is nu aangebroken om de nestkastjes aan de kooi te hangen. Sommigen vullen ze al gedeeltelijk en verschaffen ook wat nesteling in de kooi. De Goulds zullen het nest dan verder afwerken. Bij deze vogels gebeurt de bevruchting veelal in de nest, vergeet dat niet. Voeding: Men mag niet vergeten dat de Golds uit Australië komen en zich daar voeden met veel graszaden. Dat wil zeggen dat de graszaden niet mogen vergeten worden in de mengeling. Een aangepaste voeding is noodzakelijk om geen darmontsteking te krijgen. De mengeling moet voor het grootste deel bestaan uit witte zaden dat aangevuld wordt met grof graszaad. Aan deze mengeling kan ook Japanse millet en gele panis worden toegevoegd. Raap- en koolzaad worden door de Goulds bijna nooit gegeten. Geef uw kweekvogels regelmatig een stukje trosgierst. Grit en mineralen mogen zeker niet ontbreken. Sommige kwekers geven dit afzonderlijk in een bakje of mengen het gewoon onder de zaadmengeling. Om uw vogels te laten aansterken, kunt u ook wat supplementaire vitaminen geven. Hiervan bestaat in de handel een uitgebreid gamma. Dagelijks het drinkwater verversen is belangrijker dan je denkt. Opfokvoer: Men gebruikt éénzelfde handelsmerk of men kan er verschillende gaan mengen. De huidige eivoeders zijn van goede kwaliteit en bevatten alle nodige voedingsstoffen. Toch zijn er nog liefhebbers die hun eigen zachtvoeder op basis van oud brood, beschuit of cake samenstellen. Dit alles moet dan wel door middel van een molen fijn gemalen worden. Men kan deze basis aanvullen met eiwithoudende zaden. ( boekweit, paddy, gepelde haver, hennepzaad ). Nadien is het mogelijk om er ook nog wat gekiemd zaad doorheen te mengen. Veel liefhebbers doen ook nog een handvol pinkies bij hun eivoeder, aangevuld met een lepeltje vitaminepreparaat. Opgelet ‘Less is better’, gaat hierin dus niet overdrijven. Uiteindelijk heeft elke liefhebber wel zijn eigen werkwijze waar hij na jaren het beste met vertrouwd is. Geweekt of gezwollen zaad maakt u door wit rondzaad gedurende 12 uur te laten zwellen in een kom water. Na 12u het dan goed spoelen en uitschudden zodat het meeste water weg is. Op de hoeveelheid zachtvoer dat u dagelijks nodig hebt, mengt u 1/4 geweekt zaad. U zult zien dat uw eivoeder aan het gezwollen zaad en de pinkies kleeft. De vogels zullen er eerst de pinkies uit halen, daarna het geweekte zaad, en voilà het potje is al half leeg. Nadien eten ze de rest stelselmatig op. Je mag ook een stuk appel raspen in uw zachtvoer of je mag er eventueel vogelmuur onder verwerken. Zeker goed opletten dat het groenvoeder vooraf niet met pesticiden werd bespoten! Het is noodzakelijk dat het verschafte eivoeder elke dag vers wordt aangemaakt om schimmelvorming te vermijden. Was dus ook regelmatig de potjes! Boekhouding voor de kweek in kooien: Het is belangrijk om een schriftje (een kweekboek) bij te houden zodat u altijd kunt nagaan welke jongen afkomstig zijn van welke ouders. Iedere kweekkooi krijgt een nummer en het zelfde nummer gebruikt u ook in uw kweekboek. Hier noteert u de naam en kleur van de vogels en de ringnummers. Wanneer je met pleegouders kweekt, schrijft u bij uw pleegouders ook het nummer van de kooi waar u de eieren of jongen hebt weggehaald. Later noteer je ook het ringnummer van de jonge Goulds. Op deze wijze kan je altijd de herkomst van uw vogels verifiëren. Kweken in een volière: Men kan ook kweken in een vlucht, dat vraagt minder werk. U neemt drie of vijf poppen met daarbij een paar mannen van dezelfde kopkleur. Voor drie poppen dan twee mannen en voor vijf poppen vier mannen. Voor drie poppen hangt u vijf nestkastjes en voor vijf poppen zeven nestkastjes. Wanneer de koppels gevormd zijn, blijven er uiteraard bepaalde ‘singel’ poppen over die dan toch ook een nestkastje gaan bezetten en eieren zullen leggen. Deze eieren zijn soms bevrucht door de aanwezige mannen in de volière. Indien de eitjes niet bevrucht zijn, neemt u deze weg en legt er eventueel dan bevruchte eitjes onder van een ander koppel of u laat ze gewoon verder broeden op onbevruchte eieren. Plaats er nooit andere mannen bij want dan is het vechten geblazen. Het nadeel van zo te kweken is dat u nooit zeker weet wie de werkelijke ouders zijn. Plaatst dus nooit verschillende kopkleuren samen want dan kweekt u meestal splitvogels. Dit maakt het zeer moeilijk om nadien nog kleurzuivere vogels te kweken. Verplaatsen van jonge vogels: Verplaatsen van de jongen is een delicate zaak en niet zelden zijn er slachtoffers te betreuren, zelfs bij ervaren kwekers. Jonge Goulds zijn “domme” vogels die moeilijk het zaadbakje of het drinkflesje vinden. Je mag nooit jongen van bij de (pleeg-)ouders weg nemen vooraleer ze voldoende oud zijn. Wanneer de gekleurde pupillen aan de snavelsnede weg zijn, dan zijn ze zeker bekwaam om ze afzonderlijk te zetten. U moet de nodige tijd nemen om deze vogels voor te bereiden en ze in het oog te houden. Komen ze wel regelmatig naar de eetbak om het zaad te pluizen? Gaan ze naar de fontein om te drinken? Eten ze van de trosgierst? Dat zijn allemaal zaken waar een liefhebber moet op letten. Het is niet omdat ze al voldoende oud zijn (ongeveer 50 dagen) dat ze ook voldoende zelfstandig zijn. Plaatst daarom het eten en het drinken op dezelfde plaats. Soms zet de kweker een oudere pop als leermeester in dezelfde kooi. Trosgierst wordt ervaren als een snoepje dat ze graag eten. Dat ververst men regelmatig, maar ook niet meer dan 2 à 3 stukjes per dag naargelang het aantal vogels dat in de kooi zit. Ongeveer tweemaal per week mag je één druppel “Energol” per fontein in het drinken doen. Je kan iedere dag wat conditiezaad ter beschikking stellen van de jongen en ook een beetje vers eivoeder. Dat bevordert heel goed de rui. Eens de jongen in deze kooi zitten worden ze niet meer verplaatst tot ze ALLEMAAL” door de rui zijn. Wanneer u er toch vogels uitneemt omdat die al volledig door de rui zijn maar enkele andere nog niet, dan zullen deze andere durven stoppen met ruien, met alle gevolgen van dien. Dus uw jonge Goulds niet meer verplaatsen vooraleer de rui volledig is beëindigd. Vogels die niet volledig door de rui zijn, worden later bijna niet verkocht. Pas wanneer de rui volledig achter de rug is, kan men een selectie gaan maken welke exemplaren je graag wilt behouden en welke je wilt verkopen. Waar moet je tijdens uw selectie op letten? Heel belangrijk is de bouw van de vogel. Hij moet formaat hebben, geen platte kop, geen te lange snavel en ook de kleur moet egaal zijn. Bij de mannen mag er niet teveel gele nekschijn aanwezig zijn en bij de poppen respectievelijk niet te veel witte schijn achter de kopaflijning. De bevedering moet glad en mooi gesloten zijn. Let ook op kromme tenen of soms het gemis van een nageltje. Natuurlijk moet een goede TT-vogel nog veel meer in petto hebben, maar dan bevindt u zich al een stapje verder. Eens de eerste keuze is gedaan gaat u kijken uit welke ouders ze komen en hoeveel jongen ze hebben opgebracht. Een koppel dat zijn eigen jongen heeft opgebracht met een gemiddelde van 7 à 8 jongen, is een prima koppel. Voor deze die kweken met pleegouders moet men zeker 9 à 11 jongen hebben omdat men de eieren kan rapen en selecteren. Men moet nu rekening houden met de ervaring en het resultaat van de pleegouders want ook hier kan het wel eens mis gaan. Problemen waarmee je soms geconfronteerd wordt! Beide kweekmethoden hebben uiteraard hun specifieke problemen. Bij natuurbroed kan het zijn dat de ouders niet willen broeden of dat de man de pop niet met rust laat. Deze zaken moet men zeker in het oog houden. Indien de man blijft jagen, dan neemt u hem best weg en plaatst hem in een andere kooi. Pas wanneer de jongen gespeend zijn van de pop, dan laat men terug dezelfde man bij de pop voor een volgende ronde. Bij de kweek met pleegouders (Japanse meeuwen) heb je de minste problemen door twee mannen in de kweekkooi te plaatsen. Men legt de eerste dagen, nadat het nest is gemaakt, een paar kunsteitjes in het nest en men zal vlug zien of ze deze aanvaarden en erop gaan zitten. Het voordeel nu van twee mannen te gebruiken is dat er nooit eieren kunnen bijkomen. Maar het kan ook fout gaan omdat zulke mannen die gezamenlijk broeden soms zeer nestvast zijn en het nest bijna niet verlaten. Dit kan nefast zijn voor de jongen omdat ze onvoldoende worden gevoederd. Sterk verzwakte jongen verleggen heeft meestal weinig zin. De eerste week is dus heel beslissend voor het probleemloos opgroeien van de jonge Goulds. Wanneer u in een vlucht kweekt dan kunnen de jonge vogels niet altijd bij de ouders blijven. De jongen kruipen in het nestkastje en de ouders vechten tegen hun opgroeiende jongen. Dit kan de ganse kweek verpesten. In dit geval plaatst u deze jongen in een andere kooi of vlucht. Jongen die in een kooi door de rui komen zijn meestal rustiger en beter geschikt voor de tentoonstelling. Deze uit een grotere vlucht zijn zeer moeilijk af te richten voor de tentoonstelling en zijn later soms heel impulsief voor de kweek. Aan welke eisen moet een goede TT-vogel voldoen? Wanneer uw jongen volledig door de eerste rui zijn, kan het selecteren beginnen. Als men meermaals gaat tentoonstellen, dan is het aangewezen om uw beste kweekvogels apart te houden. De allerbeste stellen u soms voor het dilemma: houden voor de kweek of deelnemen aan de TT. Dat is iets wat de lief-hebber voor zichzelf moet beslissen. Wees zelfbewust in de keuze van uw Goulds want twijfelgevallen behalen zelden een goed resultaat. Uw TT-exemplaren moeten dus voldoen aan volgende richtlijnen. 1. Vorm en grootte: Deze vogel vereist een goed gevuld postuur met voldoende schouderbreedte. Het model flessentrekker is dus uit den boze. Te kleine exemplaren zijn niet geschikt voor de TT. De kop moet in verhouding zijn met het lichaam en de kopafronding mag zeker niet plat zijn. De vleugels moeten mooi aansluiten naast het lichaam. Een eerste algemene indruk moet de keurder dus kunnen imponeren. Vergeet niet dat de lat hoog ligt vanwege de overgrote concurrentie in de vele kleurslagen. 2. Kleur en aflijning: De kopkleur moet volledig éénkleurig zijn. Dus geen anders gekleurde jeugdveertjes meer of veelvuldige stoppels. Onder kopaflijning verstaan we de gesloten zwarte band achter de kopkleur. Hij moet duidelijk zichtbaar zijn. Dit geldt voor de rood- en de oranjekop. Bij de zwartkop is dit uiteraard niet opmerkbaar. De borstkleur moet egaal zijn en mag geen opblekingen vertonen. De onderlinge kleurovergang is strak afgelijnd, ook aan de buikzijde. De groene mantelkleur is liefst zo zuiver en glanzend mogelijk. Dus ook geen blauwe schijn op de vleugels. Een veelvuldig voorkomend probleem is een overgrote hoeveelheid gele nekschijn bij de mannen. Dit is sowieso foutief. Voor de poppen gelden juist dezelfde normen, behalve dat een pop geen gele nekschijn heeft maar wel een bleke, witachtige rand rond de kopaflijning. Deze moet zich tot een minimum beperken. 3. Bevedering: Een compleet voltooide ruiperiode is op dit vlak belangrijk. De bevedering moet proper en volledig zijn. De twee verlengde staartpennen zijn in de mate van het mogelijke al volgroeid en ongeveer even lang. Wanneer een verlengde staartpen volledig is afgebroken, dan is het beter om beide staartpennen te trekken zodat ze gelijktijdig terug kunnen aangroeien. De nieuwe zullen iets korter, maar dan wel even lang zijn. Let op eventuele ruistoppels, vooral bij uw jonge Goulds. Een goede wasbeurt zal zeker helpen. 4. Conditie: De vogel is levendig, bezit glanzende ogen en zit niet ineen gedoken op de zitstok. Deze stok moet ook aangepast zijn aan de dikte van de pootjes, anders gaan de buitenste nagels te plat op de stok liggen en zo krijgt de vogel kromme tenen en sterk vergroeide nagels. De loopbenen en tenen mogen ook geen donkere vlekken vertonen. Dit is eigenlijk bontvorming en deze vogels zijn helaas voor de kweek niet geschikt. Het is belangrijk dat iedere teen een volledige, rechte nagel bezit. Ook mogen de poten geen zware schubben of knobbels vertonen. Een Gouldsnavel is zacht en kwetsbaar. Hij mag niet vergroeid zijn en ook vrij van pokken of schilfers. Hij is veeleer kort en geblokt van vorm en mag dus zeker niet te lang zijn. Een goed TT-exemplaar vertoont een mooie houding. De vogel moet onder een hoek van ± 50 graden op de stok zitten en de tenen moeten de zitstok goed en volledig omklemmen. De vogels die in een TT- kooi zitten, moet men heel zuiver houden door regelmatig te benevelen. Dat is goed voor hun bevedering. Liefst sproeien met warm zuiver regenwater want leidingwater bevat te veel kalk en de kristallen vestigen zich tussen de haren van de veer. Hierdoor zal de bevedering onvoldoende sluiten en minder mooi glad zijn! In de handel zijn veel goede wasproducten (zoals birdyl) verkrijgbaar. Hoe richt men vogels af voor de tentoonstelling? Het africhten is inderdaad een apart gegeven. Wanneer uw kooien op legplanken mooi naast en boven elkaar zijn opgesteld, dan doet men er goed aan om deze regelmatig van plaats te verwisselen. Van links naar rechts en van onder naar boven. Tik af en toe met een stokje tegen de tralies. Tracht de vogels te verleiden door een pinkie uit de hand te geven want dit helpt ook om hun schrik te overwinnen. Dit zijn kleine dingen die nochtans deel uitmaken van de gewenningsmethode. Ook het regelmatig benevelen draagt hiertoe bij . Wees echter ook attent om goed te verluchten. Een warme vochtige ruimte kan snel ontaarden in een broedaard voor allerlei schimmels. Wanneer u deze regels in acht neemt dan zijt ge al op goede weg, want om goed te presteren op de tentoonstelling moeten de Goulds in staat zijn om zich goed en mooi te presenteren. Goed africhten is hier zeker de boodschap! De keuring is evenwel een momentopname, dus een beetje geluk op het ‘moment suprême’ is dan altijd welkom! Beste lezers, ik hoop dat de beginnende liefhebber zich gesterkt voelt door deze basisuitleg. Hierbij heb ik getracht om een duidelijk beeld te scheppen over ‘Het houden en kweken van Goulds’. Besef wel dat in dit artikel enkel maar de grondbeginselen zijn vermeld. De BNEC wenst u vooral veel kweekplezier. Vanwege de beheerraad,
ROODKOP man
ZWARKOP man
oranje KOP man
© copyright BNEC  ALLE TEKSTEN OP DEZE SITE VALLEN ONDER HET AUTEURSRCHT ELKE REPRODUCTIE IS VERBODEN ZONDER VOORAFGAANDE EN SCHRIFTELIJKE TOELATING VAN DE AUTEUR